Oekraïnes eigen oorlogsvluchtelingen: zonder vriendschappen zijn ze nergens

meisje

Foto: Aleksandr Tsjekmenev.

Terwijl de Europese Unie vluchtelingen opvangt uit Syrië en Irak, moet Oekraïne 1,7 miljoen interne ontheemden een plek geven. Hoe doen de Oekraïners dit? Met familie, vrienden en buren vooral.

Vier nachten sliep Margarita Sjepakina (20) op het treinstation van de Oekraïense havenstad Marioepol. Daarna bracht een vriendin haar naar een voormalig obsjtsjezjitije, een studentenhuis waar Oekraïense oorlogsvluchtelingen worden opgevangen. Nu zit ze werkloos op het bed van haar maatje Sergej Gossar (28), speurend op mijn telefoon naar vacatures. Zelf hebben ze geen internet.

Margarita en Sergej zijn twee van de 1,7 miljoen inheemse vluchtelingen die Oekraïne heeft moeten opvangen sinds de Russische annexatie van het schiereiland de Krim in maart 2014 en de oorlog in Oost-Oekraïne tussen Kiev en pro-Russische separatisten die een maand later uitbrak.

Na Jemen, Syrië en Irak telde Oekraïne over 2015 de meeste inheemse oorlogsvluchtelingen ter wereld. Marioepol, gelegen in Zuidoost-Oekraïne, kreeg te maken met 105.000 vluchtelingen op 470.000 inwoners. Van het centrum tot en met de buitenwijken, overal kom je ze tegen.

De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties benoemde Marioepol afgelopen zomer tot Stad van de Solidariteit, een eerbetoon voor de hulp aan de vluchtelingen. Hoe heeft het instabiele Oekraïne, en in het bijzonder Marioepol, hen opgevangen?

De vlucht en de thuiskomst

Angst deed Margarita in de oorlogszomer van 2014 vluchten. Ze verliet haar woonplaats Sedovo, een dorp 56 kilometer ten oosten van Marioepol, dat in handen was gevallen van de separatisten. Ze zag dat het misging toen wetteloosheid heerste en burgers werden gedood door de rebellen.

Haar vader belandde in de gevangenis en overleed daar. Aan een hartaanval, kreeg Margarita – zwart haar, bleek gezicht – te horen. Ze gelooft er niets van: haar 53-jarige vader was een gezonde man die nooit problemen met zijn hart had.

In zo’n wereld wilde ze niet leven en vluchtte, haar moeder achterlatend. Door haar vertrek uit Sedovo kon ze haar laatste jaar op de middelbare school niet afmaken. In Marioepol rolde ze van baantje naar baantje: schoonmaakster, verkoopster, kokkin, bediende. Nergens hield Margarita het vol. Ze had te maken met een onrechtvaardige baas, had amper vrije tijd of moest extra werk verrichten waarvoor ze niet kreeg betaald.

Nu brengt ze de meeste tijd door op de kamer van Sergej, een man met een vlassig baardje en grote wallen die na een ongeluk zijn baan verloor en momenteel op krukken loopt. Een vriend wees hem na zijn vlucht uit Donetsk op de woonkazerne. Voor het bed waarop ze zitten, zorgde Sergej zelf voor het matras en de spiraalbodem. Een kast vond hij op straat, een computermeubel kreeg hij van iemand.

Geld hebben de twee niet meer. Ook niet voor een rit van 2 grivna (0,07 eurocent) met de bus naar het stadscentrum. Ze leven van het eten dat ze krijgen van andere bewoners van de obsjtsjezjitije, dat toebehoort aan een scheepswerf. Die betaalt voor alle bewoners voor de elektriciteit en water, het verblijf zelf is gratis.

Margarita, Sergej en vier gevluchte gepensioneerde bewoners van de obsjtsjezjitije, Ljoedmila Jegorovna (74), Ljoebov Moroz (65), Valentina Dianova (86) en Polina Pelageja (76) roemen hun vrienden en de inwoners van Marioepol. De vluchtelingen hadden niet zonder gekund. Sergej: ‘Zonder vriendschappen ben je nergens.’

Het leven in de obsjtsjezjitije

Sinds hun vlucht hebben de zes vrijwel nooit ergens anders gewoond dan in het voormalige studentenhuis, gelegen in een hoger deel van de stad met uitzicht op Sovjetflats, de haven en de Zee van Azov. Nadat de vluchtelingenstroom in de zomer van 2014 – de oorlog brak toen volledig los – op gang kwam, woonden er honderdvijftig vluchtelingen in het gebouw, nu zijn dat er 35.

Marioepol bleek voor hen de meest logische keuze. Hier wonen hun familie en vrienden. Hier spreken ze dezelfde taal, delen ze dezelfde culturele achtergrond en verblijven ze dicht bij hun eigen woning. Hier gingen ze op vakantie naar het strand en worden ze niet beschouwd als separatisten, zoals elders in Oekraïne.

Er is één douche in het pand, maar met een boiler, dus het warme water raakt al snel op. Door een kortsluiting begaf de enige wasmachine het. De bewoners koken in hun kamer op één of twee elektrische kookplaten. Op de gang staan plastic schaaltjes met eten voor de poezen.

Ljoebov Moroz, gevlucht voor het oorlogsgeweld in Donetsk, deelde twee jaar terug haar kamer met zes andere vrouwen. De bedden stonden tegen elkaar aan. Hoe dat was? ‘Je weet toch wat er gebeurt als je vrouwen bij elkaar in dezelfde ruimte zet?’, lacht ze. ‘Denk je dat dat rustig verloopt?’

Nu heeft ze een kamer voor zichzelf. Ze belt iedere dag naar haar dochter die in Donetsk woont om te controleren of ze nog leeft. Ljoebov kan niet lang praten over de oorlog. Dat werkt op haar zenuwen en is slecht voor haar hart, zegt ze. Ze slikt er medicijnen voor, gekregen van Artsen Zonder Grenzen. ‘Wat we ontvangen aan hulp is allemaal bescheiden, maar gepensioneerden hebben niet veel nodig. Jongeren krijgen weinig steun. Werk is er niet in Marioepol.’

De hulp van organisaties en burgers

De vier gepensioneerde bewoonsters geven hoog op van hulporganisaties als het internationale Caritas en het wereldwijde opererende ADRA. Zij en andere organisaties leveren tandenborstels, shampoo en geneesmiddelen. Het Danish Refugee Council steunt vluchtelingen met het opzetten van een eigen bedrijf. USAID financiert maatschappelijke projecten. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties helpt met het opknappen van woningen. ‘Zonder hen was Oekraïne niet in staat geweest om al die vluchtelingen op te vangen,’ zeggen de vier dames.

De oorlog versterkt de saamhorigheid. Marioepol ondervindt net als de vluchtelingen de gevolgen van de strijd. In 2014 was de stad kort in handen van de separatisten. Nu vechten de rebellen en het Oekraïense leger op vijf tot tien kilometer afstand van de oostelijke buitenwijken. Raketten troffen Marioepol op 24 januari vorig jaar. Hierbij kwamen zeker dertig burgers om. Vrijwel elke dag hoor je de doffe dreunen van beschietingen in een oorlog die deze maand is opgelaaid en aan bijna tienduizend mensen het leven heeft gekost.

De rol van de Oekraïense overheid

De landelijke overheid toont zich, behalve in de vorm van een uitkering, vrijwel afwezig. Wie gevlucht is voor het oorlogsgeweld en de status vluchteling heeft gekregen krijgt als niet-werkende (zoals een kind of gepensioneerde) van Kiev maandelijks een uitkering van 884 grivna (31,75 euro). Wie kan werken, ontvangt na de statusverlening 442 grivna per maand.

Dit bedrag wordt afgebouwd en na drie maanden wordt de uitkering stopgezet. Daarna is de inheemse vluchteling in Oekraïne, zoals Margarita en Sergej, op zichzelf aangewezen. De gepensioneerden in de obsjtsjezjitije krijgen naast de uitkering ieder een pensioen van 1.300 grivna per maand

In een andere opvanglocatie voor vluchtelingen in Marioepol kwam begin oktober een parlementariër langs uit Kiev. Mooie woorden over meer hulp aan vluchtelingen klonken uit zijn mond, maar er veranderde niets.

‘Ze hebben ons niet nodig,’ stelt Sergej teleurgesteld vast. Het frustreert de vluchtelingen, want ze zijn immers Oekraïens staatsburger. ‘Ze noemen het niet voor niets een anti-terreuroperatie en niet oorlog,’ stelt bewoonster Valentina Dianova. ‘Want dat brengt andere verplichtingen met zich mee.’

Toch gaat er al veel goed

Op het stadhuis luisteren viceburgemeester Ksenia Soechova (33) en directeur van de sociale dienst Nadezjda Astanina (32) schamper naar de verhalen over de obsjtsjezjitije. ‘Dit zijn mensen die niet willen meedraaien in de maatschappij,’ zegt Soechova, die belast is met de vluchtelingenproblematiek.

Toch legt de obsjtsjezjitije het grootste probleem voor inheemse vluchtelingen bloot: goede huisvesting. Dat beamen ook Soechova en Astanina. ‘In de afgelopen twintig jaar is er in Marioepol nooit nieuwbouw geweest.’

Na een korte stilte moet Astanina de viceburgemeester eraan helpen herinneren dat er een nieuw obsjtsjezjitije is gebouwd voor honderdveertig vluchtelingen. En op initiatief van Marioepol wordt in de Verchovna Rada, het Oekraïense parlement in Kiev, een wet behandeld waardoor vluchtelingen recht krijgen op sociale huisvesting.

De burgemeester probeert meer steun te krijgen bij de regering. Kiev luistert wel, maar doet niets, klinkt het uit beide monden. Hoe dat komt? Daarvoor moet je in de hoofdstad zijn, kaatsen ze terug.

Soechova plaatst nog wel een kanttekening bij de 105.000 officieel geregistreerde vluchtelingen. Ongeveer de helft daarvan woont daadwerkelijk in Marioepol. De andere helft verblijft op grondgebied van de separatisten en probeert met de status van vluchteling te profiteren van de uitkering. Vandaar dat de autoriteiten controles uitvoeren of de mensen nog steeds op hun plek wonen. Ook de landelijke cijfers hebben hiermee te maken.

Liever kijken Soechova en Astanina naar wat wel goed gaat. Ze vertellen over gevluchte docenten en artsen die terecht kunnen op de universiteit of in een ziekenhuis. Over dat de gemeente probeert de stad aantrekkelijk te maken om te voorkomen dat jongeren vertrekken. Er komt een medische en juridische opleiding. Studenten worden geplaatst op de universiteit. Kinderen krijgen onderwijs en de jongsten kunnen terecht op de kleuterschool. ‘Dit zijn nu burgers van Marioepol,’ zegt Soechova. ‘Ze maken deel uit van onze geschiedenis.’

Maar ook de twee bestuurders geven toe: zonder de hulp van internationale hulporganisaties en de bevolking was het allemaal niet mogelijk geweest.

De uitweg

‘Het probleem is dat Oekraïne geen wetgeving kent voor het steunen van vluchtelingen,’ stelt Olga Goltvenko (34), projectmanager bij de Oekraïense Stichting van de Ontwikkeling van Marioepol. De stichting zetelt in een grijs vrijstaand pand in het centrum. Directeur Tetjana Lomakina (42) vult aan: ‘We hebben geen ervaring met zulke conflicten. De enige oplossing waar Kiev zich aan vasthoudt, is dat de oorlog spoedig eindigt. Dan kunnen de mensen weer naar huis.’

De energieke Diana Berg, met haar blonde haar los, wacht niet op het einde van de oorlog. Ze is de vaandeldraagster van een groep van twintig tot dertig vluchtelingen uit Donetsk die nieuw bloed in Marioepol pompt, een industriestad met arbeiders die zijn opgegroeid met het culturele Sovjetleven. Het huidige cultuuraanbod is doordrenkt met invloeden uit die tijd en bevat weinig vernieuwende en verrassende voorstellingen.

Met dank aan USAID richtte Diana (37) het alternatieve kunstplatform Tjoe op. Houd Marioepol raar, is de gedachte achter het initiatief. Nu nodigt ze kunstenaars en artiesten uit Kiev uit en organiseert ze evenementen over feminisme en lhbt (lesbische vrouwen, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders), onbekend terrein in Marioepol. Op de buitenmuren werden halverwege december leuzen geschreven: ‘Berg is uitschot,’ ‘Tegen lhbt,’ met een nazikruis ernaast. Kwajongens, zegt ze schouderophalend in een lunchroom, terwijl Tjoe op dat moment gesloten is vanwege een renovatie.

Een paar dagen later is de heropening, tevens Diana’s verjaardag. Ongeveer twintig intimi zijn uitgenodigd. Het gebouw kreeg een opknapbeurt met een balkon dat binnen rondom loopt, een nieuwe vloer en plafond. Overal kom je stickers van USAID tegen. ‘Ik wilde iets doen voor de stad,’ zegt Diana die in Donetsk deelnam aan pro-Oekraïnedemonstraties, voordat de stad in handen kwam van de separatisten. ‘Het hangt af van de persoon of je hier een nieuw leven kan opbouwen. Als je zelf actief bent geweest in de periode voordat je vluchtte dan ben je dat daarna ook vaak.’

In de obsjtsjezjitije kennen ze Tjoe niet en om het te bezoeken hebben Margarita en Sergej niet genoeg geld. Margarita heeft het gevoel dat alle wegen voor haar zijn afgesloten. ‘Ik val in geen enkele categorie, zoals invalide of gepensioneerde,’ verzucht ze. ‘Dan kijkt de overheid niet naar je om. Voor hulp van de organisaties kom ik ook niet in aanmerking. Sergej mag hopen dat hij invalide wordt verklaard.’ Tijdelijk dan, want de bedoeling is dat hij weer gaat werken. Het liefst keert hij terug naar zijn eigen huis in Donetsk. Dat is goedkoper dan huren in Marioepol.

Margarita hoopt zich volgend jaar zomer in te kunnen schrijven aan de Technische Staatsuniversiteit van Marioepol. Dat betekent een studiebeurs en gratis dak boven haar hoofd. In een obsjtsjezjitije. Het is haar uitweg.

Dit artikel stond op 28 december in De Correspondent.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s