Intussen in de Volksrepubliek Donetsk: een rondwandeling

Oekraïne houdt vandaag lokale verkiezingen, behalve in de gebieden waar pro-Russische rebellen de dienst uitmaken. In hun Volksrepubliek Donetsk beschrijf ik het leven sinds de wapenstilstand van begin september.

Ik kijk mijn ogen uit.

Naar de bordjes bij de universiteit waarop staat dat wapens verboden zijn. Naar de kleding in de etalages met de prijzen in Russische roebels in plaats van Oekraïense grivna’s. Naar de gewapende mannen in camouflagekleding die in een zwarte terreinwagen langsrijden. Naar de talloze reclameborden met het gezicht van Aleksandr Zachartsjenko, hoofd van de in Oost-Oekraïne door pro-Russische rebellen uitgeroepen Volksrepubliek Donetsk. Naar leuzen als: ‘We bouwen een nieuw land.’

Zo zag de stad Donetsk, het centrum van de gelijknamige volksrepubliek, er niet uit toen ik haar vorig jaar drie keer bezocht. Drie bezoeken waarbij ik altijd dezelfde vier ijkpunten aandeed, als om te peilen hoe het met deze stad stond.

Ik wandelde over de Artjomstraat, de tien kilometer lange hoofdstraat. De rode loper van Donetsk, met haar winkels, bars, restaurants, theaters en bioscoop. Afspreken deed ik bij de McDonald’s tegenover het Leninplein, waar rijen mensen wachtten op hun fastfood. Niet te missen was het Poesjkincomplex. Een glazen kantoorgebouw met 25 verdiepingen en de zetel van oligarch Rinat Achmetov. Ik bezocht als laatste muziekbar en hotel Liverpool, waar studenten voor weinig aten, bier dronken en feestvierden.

Donetsk staat nu anderhalf jaar in het teken van een oorlog tussen de Oekraïense regering en de pro-Russische rebellen. Sinds september lijkt een wapenstilstand het te houden. Maar wat is de impact van het conflict op het normale leven in Donetsk, waar de rebellen de dienst uitmaken? Ik keer terug naar bar en hotel Liverpool, de Artjomstraat, het Poesjkincomplex en de McDonald’s.

Ijkpunt 1. Muziekbar en hotel Liverpool

‘Snel, lekker, niet duur.’ Er lijkt weinig veranderd. De reclame voor Liverpool siert nog altijd het straatbeeld van Donetsk. Het standbeeld van The Beatles staat nog gewoon naast de oprit. Op een muur de Britse vlag en aan de andere kant een Britse, rode telefooncel met Liverpool erop. Maar bij de ingang hangt aan een hek een verbodentoegangbord met remont, renovatie. De toegangspoort is gesloten. Ernaast ligt een muur van zandzakken.

Dan gaat plotseling de poort open en drie mannen – een in burger, de anderen in camouflagekleding – komen tevoorschijn. Van achter de zandzakken komt ook een hoofd naar boven, met de punt van een machinegeweer. ‘Wat doe je hier?,’ vraagt de man in burger op strenge toon. ‘Hier is niets. Hier zit geen café. Het is oorlog. Snap je dat niet?’

Die oorlog bereikt Donetsk voor het eerst eind mei 2014. Ik zie het nog gebeuren. Terwijl ik achter een boom schuil, cirkelt een Oekraïens gevechtsvliegtuig boven mijn hoofd. Verderop ratelen machinegeweren. Het is de eerste dag van de gevechten rond het vliegveld van Donetsk tussen het Oekraïense leger en pro-Russische separatisten die al een deel van de Oost-Oekraïense regio Donbass in handen hebben. Ze hebben het Volksrepubliek Donetsk gedoopt. Ernaast ligt Volksrepubliek Loehansk, ook in rebellenhanden.

Dus ja, natuurlijk snap ik het. De andere twee mannen vragen om mijn aantekeningenboekje en bladeren erdoorheen. ‘Ik begrijp niets van dat Nederlands,’ zegt er eentje. Er valt een stilte. Dan sluiten ze de poort. Ik sta weer op straat en blijf achter met de vraag: wat speelt zich af in Liverpool?

Ik besluit om het gebouw heen te lopen. Aan de achterkant belemmeren prikkeldraad en hekken het zicht. Studenten wandelen erlangs, pendelend tussen de hier gelegen faculteiten. De lessen gaan door.

De studenten Valera Robajn (17) en Vladimir Karasjov (17) zitten er gebroederlijk op een bankje. Andrej Stepanets (18) komt erbij staan. Ze zijn de oorlog ongeschonden doorgekomen. Ze vertellen over hun studiebeurs van 1.500 roebel (21 euro) per maand. Uitgekeerd door de Volksrepubliek Donetsk. Het is genoeg om van te leven. De drie doen meer aan sport op de universiteit sinds de Volksrepubliek Donetsk het voor het zeggen heeft. Alle lessen worden nu in het Russisch gegeven.

Over Liverpool kunnen ze niets vertellen, behalve dat ze het missen. Nu gaan ze uit in nachtclub Chicago of Dream Bar. Een nieuw ijkpunt?

Maar uitgaan in Donetsk is niet meer wat het geweest is. Chicago blijkt dicht. De avondklok van 23 tot 06 uur verpest het nachtleven van de andere clubs. Een maatregel die is ingevoerd om een einde te maken aan de anarchie vorig jaar in de Volksrepubliek Donetsk. Met dronken mensen over straat. Met bataljons die op straat je auto konden vorderen of een winkel konden innemen. De avondklok werkt, zeggen inwoners. Nu heerst er meer op orde op straat.

Om zeven uur ‘s avonds wordt het drukker in Dream Bar. Studenten druppelen binnen en ploffen neer op de banken. De lucht ruikt zoet. Allemaal zitten ze aan de waterpijp. Er valt te kiezen uit smaken als moxito, pina colada en fresj. De twintigjarige student Roman Pavlov staat buiten een sigaret te roken. Hij houdt niet van waterpijp. Hij kan wel vertellen hoe het er met Liverpool voorstaat. Er verblijven apaltsentsi, milities.

Pavlov kwam daar afgelopen zomer achter. Om de orde verder te herstellen besloot de regering van de Volksrepubliek Donetsk dat opgeslagen wapens in Liverpool weggehaald moesten worden. De procureur begon een onderzoek en riep de hulp in van studenten. Volgens een bepaalde wet, ponjatoj (getuige), kunnen willekeurige burgers worden ingeschakeld om zo de objectiviteit van het onderzoek te bevorderen. Pavlov was een van hen. ‘We kamden elke kamer uit. We zijn van elf uur ‘s ochtends tot elf uur ‘s avonds bezig geweest. Daarna hebben we gezien dat de milities de wapens naar buiten brachten.’

IJkpunt 2. De Artjomstraat

Automobilisten op de Artjomstraat drukken extra het gaspedaal in. Ze kunnen ongehinderd doorrijden. Ze hoeven alleen te letten op de verkeerspolitie.

Voordat de oorlog uitbrak, stond het verkeer op de Artjomstraat, vernoemd naar een communistische revolutionair, altijd vast. Toen telde de stad Donetsk 1 miljoen inwoners. Het geschatte aantal ligt nu op hooguit zeshonderdduizend. Doordat vanaf september een wapenstilstand lijkt te werken en het Oekraïense leger en de rebellen legermateriaal terugtrekken, keren de bewoners beetje bij beetje terug.

Begin maart 2014, mijn eerste bezoek aan Donetsk. Over de Artjomstraat loopt een menigte naar het provinciehuis. Wie dit pand weet te bemachtigen, beheert op zijn minst symbolisch de stad. De demonstranten zwaaien met Russische vlaggen. Ze zijn woedend na de revolutie in de hoofdstad Kiev die als gevolg heeft dat de Oekraïense president Viktor Janoekovitsj het land uitvlucht. Volgens hen is een democratisch gekozen president illegaal opzijgezet. De demonstranten in Donetsk voelen zich bedreigd nu ‘fascisten’ in Kiev het voor het zeggen hebben.

De eerste poging om het provinciehuis in te nemen mislukt. Twee dagen later bereiken de demonstranten alsnog hun doel. In de vergaderzaal heeft het volk bezit genomen van de bankjes. Op de begane grond liggen vermoeide agenten als uitgetelde boksers in een hoek. Ze, of een deel, zijn vermoedelijk op de hand van de betogers.

Bij mijn tweede bezoek, halverwege maart, is het gebouw weer in handen van de overheid. De Oekraïense vlag hangt er weer. Twee maanden later, bij mijn laatste bezoek, wappert de vlag van de Volksrepubliek Donetsk voor de deur. Autobanden, zandzakken en prikkeldraad fungeren als verdedigingsmuur.

Tot op de dag van vandaag hebben de pro-Russische rebellen het provinciehuis stevig in handen. De verdedigingslinie is verdwenen. Zelfverzekerd zegt vice-defensieminister van de Volksrepubliek Donetsk Edoeard Basoerin (49) op een terras: ‘Het Oekraïense leger durft Donetsk niet binnen te vallen. Ze zijn bang voor een nieuw Stalingrad.’ De Russische stad die in puin veranderde tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het hart van de Artjomstraat, bruisend en druk bezocht voor de oorlog, doet nu denken aan de vergane glorie van een badplaats in de winter. Winkels zijn dicht en leeggehaald. Deuren zijn dichtgespijkerd met houten planken. Panden staan te huur. Bij een kledingzaak hangt een bordje ‘winkel werkt tijdelijk niet.’

Enkele koffiebars, een parfumerie, een supermarkt, een apotheek, een schoonheidssalon, een telefoon- en kledingwinkel, de lommerd en een geldwisselkantoor zijn wel open. Maar niemand komt winkelen. Niemand heeft genoeg geld. De Oekraïense regering heeft een economische blokkade gelegd om de Volksrepubliek Donetsk, waardoor de levering van medicijnen en levensmiddelen is stopgezet. Die komen nu uit Rusland. De prijzen hiervan liggen vier tot vijf keer hoger dan voor het conflict, want ze zijn gebaseerd op Russische salarissen. Lonen waar de gewone Oekraïner van droomt. Daarnaast betaalt Kiev de pensioenen niet uit.

De 23-jarige Aleksej Visnevetski heeft een horlogewinkel aan de Artjomstraat. Nephorloges, geeft hij onomwonden toe. Hij roemt de nieuwe overheid. ‘Toen Kiev het hier voor het zeggen had, kon ik niet zonder een krisja (een dak, FA). Iemand die je beschermt tegen criminelen en daarvoor geld vraagt. Nu valt niemand je lastig. Je betaalt gewoon belasting. Dat geld hebben ze hard nodig.’

De horlogeprijzen staan aangegeven in Russische roebels. Bijna overal in Donetsk betaal je met roebels in plaats van Oekraïense grivna’s. Zeventig procent van het overheidsbudget komt uit Moskou, schat Aleksandr Chodakovski (42), rebellencommandant en secretaris van de Veiligheidsraad van de Volksrepubliek Donetsk. Zonder deze steun valt de volksrepubliek om, geeft hij toe.

Zo stromen roebels het gebied binnen. Bij de Eerste Republikeinse Supermarkt zijn er zeven kassa’s waar je met de Russische munteenheid kunt betalen. Daar staat een rij. Er is een kassa voor grivna’s. Zonder rij. Zonder caissière.

IJkpunt 3. Poesjkincomplex

Als het Leninstandbeeld ogen in zijn rug had zou het schrikken. Want daar staat het Poesjkinzakencomplex, vernoemd naar de beroemde Russische dichter. Gebouwd door oligarch Rinat Achmetov met een economisch en politiek machtsimperium waar de communistische Sovjetoprichter Lenin van zou gruwelen. Het complex staat nu leeg. Wat onderhoudspersoneel loopt rond. Bewakers kijken televisie.

De 30-jarige bewaker Dmitri kijkt de verlaten gang in. Zonder werkende banken vallen er geen zaken doen, verklaart hij de leegte in het Poesjkincomplex. De Oekraïense autoriteiten hebben het bankensysteem afgesneden, waardoor banken zijn gesloten. Op pinautomaten ligt een laag stof. Wie geld wil pinnen, rijdt naar een Oekraïense plaats buiten de Volksrepubliek Donetsk voor grivna’s of naar Rusland voor roebels.

Dmitri krijgt een maandsalaris van 2.000 roebel (28 euro), betaald door Achmetov. Dan begint hij over zijn vrouw en kinderen die de stad hebben verlaten als gevolg van de oorlog.

Maar was het alleen het oorlogsgeweld dat inwoners deed besluiten te vertrekken? Burgers die een verenigd Oekraïne openlijk steunen, zijn verhuisd uit angst voor hun leven. Of ze houden hun mond. Rapporten van de Verenigde Naties melden mishandelingen van bewoners die zich inzetten voor een verenigd Oekraïne. In Donetsk zijn de Oekraïense nationale kleuren blauw-geel steeds schaarser te zien. Vervangen door het zwart-blauw-rood van de Volksrepubliek Donetsk. Oekraïense kranten en tijdschriften zijn niet te koop bij de kiosken.

Dmitri kan zich niets voorstellen van haat jegens pro-Oekraïners. ‘We kunnen samen met een Oekraïense vlag over het Leninplein lopen en ik garandeer je dat er niets gebeurt. Ik heb buren die pro-Oekraïens zijn. Iedereen weet dat. Niemand doet hen wat aan.’

IJkpunt 4. De McDonald’s

De 39-jarige verpleegster Lena Kalesnikova ziet eruit alsof ze naar het theater gaat. Strak in de make-up. Smetteloze witte blouse. Nagels, lippenstift, handtasje en schoenen, alles roze. Haar bevriende collega ziet er ook keurig uit. ‘Hier horen vrouwen er altijd mooi uit te zien,’ zegt Kalesnikova. ‘Doen ze dat niet in Nederland?’

Samen met een groep vrouwelijke collega’s staat Kalesnikova bij de McDonald’s klaar voor een vredesdemonstratie op het Leninplein. Een protest voor een stabiel en rustig leven, georganiseerd door het ministerie van Jeugd, Sport en Toerisme. Alle McDonald’s-filialen in de stad zijn om onduidelijke reden dicht, maar die tegenover het Leninplein geldt nog altijd als verzamelpunt.

O, Kalesnikova mist de McDonald’s zo. ‘Ik wil een cheeeeeeeeseboerger,’ zegt ze zangerig.

Dan tegen drie uur paradeert de groep vrouwen naar het Leninplein, waar een paar luidsprekers staan opgesteld naast het Leninstandbeeld.

Tussen het protest door mijmert Kalesnikova over de periode voor de oorlog. Toen ze nog naar het café kon. Nu is alles te duur voor haar, met haar salaris van 4.000 roebel (56 euro) per maand. Tegelijkertijd ziet ze dat Donetsk opkrabbelt na een jaar van oorlog en chaos. De fonteinen werken, de straat worden schoongemaakt en er rijden meer auto’s.

Maar het blijft een leven vol onzekerheden. ‘Vroeger hadden we dromen en toekomstplannen. Nu plannen we niets.’

Dit artikel stond eerder op De Correspondent.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s