‘Toen de Russen in 1939 kwamen, stond Estland er alleen voor’

Terwijl overal de kritiek op de Europese Unie neerdaalt, is voor Estland het lidmaatschap van de Unie een bewijs dat het bij de westerse familie hoort. Goed voor de opmars van het land en ter bescherming tegen de grote buurman Rusland.

Het klopt niet, vindt de 37-jarige Rainer, die een frisbee over de baan in de Estse hoofdstad Tallinn werpt. Die landt in het grasveld tussen achtergebleven golfballen. Weggeslagen door golfers, die hier oefenen. Achter Rainer worden honden getraind, vlak voor de overdekte tribune. Ze wachten op de orders van hun baas.

Zo hoort een park als het Tallinn Songfestivalterrein er niet uit te zien, bedoelt Rainer te zeggen. De geschiedenis moet er juist van afdruipen, met beelden, evenementen en bijeenkomsten. Maar in het miezerige weer op deze maandagavond vallen de herinneringen aan de gedenkwaardige gebeurtenissen in 1988 moeilijk voor te stellen. Het park is de plek van de Zingende Revolutie. Elke Est kent de beelden van toen. Zingend wist Estland, dat zuchtte onder het bewind van de Sovjet-Unie, zich hier aan elkaar te verbinden. Uit 300.000 kelen klonken nationale liederen. De verboden Estse nationale vlag wapperde boven de hoofden. En de roep om onafhankelijkheid won aan kracht.

Voor een artikel over de relatie tussen Estland en de Europese Unie moet je in dit park zeggen de Esten. Hier sloeg het Baltische land de weg in naar de westerse familie en bevrijdde het zich van de Sovjetketenen. „In het park zetten we onze eerste eigen stappen”, vertelt golftrainer en student William Rinne (21) nadat hij golfballen in het park heeft uitgedeeld. „Eerst ging het ons om vrijheid. Weg van de Sovjetinvloed. Het idee om bij de Europese Unie te horen, kwam pas later.”

De onafhankelijkheid volgde in 1991. Dertien jaar later voegde Estland zich bij de EU. En in 2011 haalden de Esten de euro in huis. Rainer, met de frisbee in zijn handen, profiteert ervan. Tijdens de Sovjet-Unie was het Westen verboden terrein. Nu zijn de grenzen open. „Ik speel op frisbeetoernooien in Europese landen. Zonder problemen kan ik daarnaartoe.”

Dit klinkt voor de EU als een positief geluid dat binnen de lidstaten lijkt te zijn ondergesneeuwd. In veel landen geldt de EU met zijn eurocrisis als een megalomaan project waar te veel belastinggeld naartoe gaat, de nationale belangen het afleggen tegen Brusselse bemoeienis en de rijke landen hun geld zien verdwijnen in de bodemloze putten van Spanje, Cyprus en Griekenland.

Die kritiek klinkt ook wel door in Estland. Het enthousiasme over de euro was ook hier niet bijster groot. Estland voerde de munt in op het moment dat die de grootste crisis uit zijn bestaan doormaakte.

Tegelijkertijd profiteert het Baltische land van de Europese fondsen. Op een trein staat de met blauwe EU-vlag met de sterren. Net als op borden bij bouwprojecten. Over de Estse wegen is het dankzij EU-geld soepel rijden. Het EU-lidmaatschap verhoogde de levensstandaard in Estland. „We geven één euro aan Brussel en krijgen er drie tot vier voor terug”, rekent Rainer voor. „Estland is een klein en arm land. We kunnen het niet zelf af. Maar onze ambities zijn groot. We zijn net onafhankelijk. We willen vooruit en geld verdienen.”

De Esten hebben het Europese geld goed gebruikt en niet weggegooid, „zoals de Grieken”, zegt de 23-jarige Jaan-Matti Illevalja, werkzaam bij een internetbedrijf. „Over elke cent hebben we nagedacht. We hebben een andere mentaliteit dan de Zuid-Europese landen. We spiegelen ons aan Scandinavië.”

Illevalja kent het leven zonder en met de EU. Hij werd geboren tijdens de laatste zes maanden onder de Sovjet-Unie en groeide op in het vrije Estland. Maar dan wel in armoede. Speelgoed en kleding kwam uit het buitenland. Illevalja ziet de veranderingen in het Baltische land in relatie met de aansluiting bij Europa. Het EU-lidmaatschap zette voor Estland de deuren open. De afzetmarkt groeide. „We exporteren nu kleding, elektronica en boten naar Finland en Zweden”, zegt Illevalja in een hip café buiten het centrum van Tallinn. „Dat ging in de jaren negentig een stuk moeilijker.”

De internationale contacten zijn belangrijk. Niet alleen op economisch gebied, maar ook vanwege de veiligheid. Want bovenal is de EU, samen met de NAVO, een beschermheer tegen de grote buurman Rusland. De Esten zien het zo dat de Russen sinds 1939 hun land bezetten. Een tragedie die diep in het collectieve geheugen zit opgeslagen. De wrok was zo groot dat de meeste Esten in eerste instantie de invasie van nazi-Duitsland in 1941 verwelkomden. Het geeft de bevolking een gevoel van veiligheid tegen de Russen om te zijn opgenomen door het Westen.

„Het is niet dat we de angst dagelijks voelen. En de jongeren zullen het ongetwijfeld minder hebben dan de ouderen. Maar toch zit deze angst in onze genen. Vanbinnen”, zegt Illevalja, terwijl hij zichzelf op de borst slaat. „Nu hebben we contact met de hele wereld. Toen de Russen in 1939 kwamen, stonden we er alleen voor.”

Dit artikel stond op 8 oktober in het Reformatorisch Dagblad.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s