In camouflagekleding leidt kapelaan Martijan het gebed

Kapelaan Dmitri Martijan trekt langs het oorlogsfront in Oost-Oekraïne om de soldaten bij te staan. ‘Ze kunnen bij mij hun pijn en verdriet kwijt.’

14e brigade 1

Dmitri Martijan draagt geen gewone kleding voor een kapelaan. Hij loopt in het Oost-Oekraïense stadje Marinka , gelegen naast Donetsk, rond in groene camouflagekleding. Martijan (geheel links op de foto) ondersteunt de veertiende brigade van het Oekraïense leger. Buiten Marinka loert de tegenstander: de pro-Russische separatisten. ‘Wanneer je met soldaten aan het front verblijft, onder vuur ligt in de loopgraven en je moet vallen en kruipen is het beter om camouflagekleding te dragen’, verklaart hij zijn kledingkeuze.

Ambtelijke kleding bewaart hij voor de zondagsdienst. Op Martijans linkerborst prijken drie blinkende medailles, ontvangen van het Oekraïense leger en zijn protestantse kerk voor zijn werk als kapelaan. Hier in Marinka beginnen de soldaten van de veertiende brigade elke ochtend met het gebed onder leiding van dominee Dmitri Kosjak (40). Voor een maand staat de bevriende Martijan (42) hem bij. Elke zondag wordt er een dienst gehouden. In de avond is het tijd voor ontmoetingen, gesprekken en gebed.

Kosjak en Martijan zijn op weg naar een voormalig ziekenhuis aan de rand van Marinka, waar een deel van de veertiende brigade verblijft. Soldaten wachten hen op. Tweehonderd meter verderop zitten de separatisten, die zich verzetten tegen de Oekraïense regering. Pantserwagens en tanks staan buiten geparkeerd. De kogelgaten in het gebouw zijn niet te tellen zo veel. Elk raam is gesprongen. Als beide mannen naar boven lopen, passeren ze losliggende munitie.

Vrede is ver weg in Marinka. Elke dag zijn sluipschutters actief. Om de paar dagen wordt zwaar geschoten. De Verenigde Naties omschreef het conflict in Oost-Oekraïne, waar de rebellen de Volksrepublieken van Donetsk en Loegansk hebben uitgeroepen, vorige week als ‘nog lang niet voorbij’. Sinds de gevechten begonnen, in april 2014, zijn 9.371 mensen omgekomen, berekende de VN.

Wanneer Kosjak en Martijan aankomen op de plek voor het gebed, stormen zes Oekraïense soldaten op hen af. De mannen uiten hun frustraties. Al een jaar zitten ze in dit gebouw. Een jaar zonder aflossing. Ze willen naar hun vrouw, naar hun kinderen. Kosjak krijgt de soldaten niet rustig. Pas als Martijan met het gebed begint, daalt de stilte neer.

‘We bidden hier voor onze verdedigers van het land. We willen hen hiermee moed geven en professionele kwaliteit zodat ze zich kunnen verdedigen. We bidden voor het einde van de oorlog, zodat de soldaten hier niet hoeven te blijven, maar naar huis kunnen.’

Het gebed wordt gehouden in de gang. Wie te dicht staat bij de kapotgeschoten ramen aan de oostkant, waar verderop de separatisten zitten, krijgt meteen een waarschuwing van een van de soldaten en wordt gesommeerd om ergens anders te staan.

Ruim een jaar geleden kwam Martijan in aanraking met oorlogsgewonden. Dat deed hem beseffen dat hij er moest zijn voor de soldaten aan het front, zegt hij in de auto op weg naar het  voormalige ziekenhuis. Sindsdien trekt hij langs het front. Op Facebook heeft hij foto’s van zichzelf geplaatst: met een kogelwerend vest aan, in een loopgraaf, op een tank, gehurkt naast een verwoest gebouw, met een gewonde soldaat. ‘De soldaten riskeren hun leven. Ze hebben behoefte aan een kapelaan. Op deze wijze ontvangen ze geestelijke en morele bijstand. Ze kunnen bij mij hun pijn en verdriet kwijt. Hun frustraties. De gebeden en diensten zijn ook een manier om bescherming van God te krijgen.’

De diensten en gebeden zijn een initiatief van de kerkvertegenwoordigers, maar ook een verzoek van de soldaten, zegt perswoordvoerder en luitenant van de veertiende brigade Vlad Jakoesjev (40) buiten voor het voormalige ziekenhuis. ‘Ze geven ons hoop dat er een hogere macht klaar staat om ons te beschermen.’ Juist de psychische ondersteuning helpt de 37-jarige soldaat Wind (zijn codenaam) door de moeilijke periodes heen, legt hij uit na afloop van het gebed. ‘Het is schieten, vechten. Dag en nacht. Dat is mentaal zwaar.’

Na een fotosessie met de soldaten en vrijwilligers van humanitaire hulp is het hoognodig tijd voor Martijan om te vertrekken. De oorlog laat van zich horen. Halverwege het gebed klonken in de verte al schoten en knallen. Die worden steeds luider en komen dichterbij. Terwijl de auto’s worden gestart, ze staan op een plek waar ze een aantrekkelijk doelwit vormen, maakt Martijan snel een selfie met een pantserwagen op de achtergrond. Geen alledaags einde van een gebed.

Dit artikel stond op 15 juni in het Reformatorisch Dagblad.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s