Wreed verleden, hip heden

Als Culturele Hoofdstad van Europa opent Riga nu de deuren van het voormalige KGB-gebouw. Confronterend, maar de stad kan niet om haar verleden heen. Het contrast met de trendy wijk Mier, tien minuten verderop, kan niet groter zijn.

Een zwart geschilderde muur herinnert aan bloedige tijden. Bij deze muur werden onder het Sovjetbewind honderd mensen geëxecuteerd in de Letse hoofdstad Riga. Een verdieping lager gevangeniscellen zonder een raam. Als de deur dichtgaat, is het aardedonker. In de gang lag rood tapijt, zodat de gevangenen de bewakers niet konden horen lopen en de bloedvlekken niet waren te zien.

Veel is intact gebleven in dit voormalige vijf verdiepingen tellende pand van de KGB, de geheime dienst tijdens de Sovjet-Unie: de lichtblauwe tegels van de keuken, ovens, het bruine meubilair uit de jaren zeventig, de bedden in de cellen en de luchtplaats met de tralies erboven. “Dat was frustrerend voor de gevangenen”, zegt de 57-jarige Anna Moeka tijdens een rondleiding. “Je kon de tram horen die door de straat reed, maar uiteindelijk moest je terug je cel in. Alles was erop gericht om de gevangenen te vernederen.” Moeka is persvoorlichtster van ‘Riga 2014’, dit jaar de Culturele Hoofdstad van Europa.

Voor het eerst sinds lange tijd gaat dit gebouw aan de majestueuze Brivibas Bulvaris (Vrijheidsboulevard) open. Vanaf 1 mei komen hier tentoonstellingen in het kader van het culturele jaar. Toen de Sovjet-Unie in 1991 ophield te bestaan en Letland zijn vrijheid herwon, vertrok de KGB. Opgevolgd door de Letse politie, die een paar jaar verbleef in ‘Het gebouw op de hoek’, zoals het in de volksmond heet. Sindsdien staat het pand leeg en heeft de overheid, de eigenaar, het nooit opgeknapt. De groene verf is van de muren afgebladderd. Roestvlekken domineren de gevangenisdeuren.

Met de heropening wil de organisatie van het culturele jaar het debat openen over de vraag wat met het pand moet gebeuren. Ook als ‘Riga 2014′ is afgelopen. Dit jaar dient als voorzet. De overheid moet het afmaken. Het voedt de discussie of zo’n gebouw met zo’n donker verleden wel moet worden hergebruikt of beter kan worden gesloopt. “Het kan er niets aan doen, dat het op deze manier is gebruikt”, zegt Moeka ter verdediging van het behoud ervan. “Wij slapen in Sovjetflats. Die hebben we ook laten staan. Je kan moeilijk alles slopen wat een Sovjetverleden heeft. We moeten toch ergens wonen en werken.”

Het KGB-pand werd in 1912, voor het ontstaan van de Sovjet-Unie, gebouwd. Nog altijd loopt elke Let met een grote boog om het gebouw heen. Ieder kent een familielid of vriend die hier terechtkwam en vervolgens belandde in de kampen in Siberië. Het ‘Gebouw op de hoek’ was een tussenstation. Op de bovenste verdieping kon je Siberië zien liggen, ging tijdens de Sovjet-Unie de grap rond.

De Letten denken met gruwel aan twee gebeurtenissen die voor eeuwig littekens op hun ziel hebben gezorgd. In de nacht van 13 op 14 juni 1941 werden meer dan vijftienduizend mensen gedeporteerd. Een tweede keer volgde op 25 maart 1949 toen 42.000 mensen op transport werden gezet. Moeka’s vader ontsnapte in 1941 aan de bloedzucht van de Sovjets. Uitgerekend die juni-nacht verbleef hij in het bos. Daarna vluchtte hij naar Zweden.

Het KGB-gebouw zal de uitwerking op de Letse bezoekers niet missen, verwacht Moeka. “De eerste keer was ik hier met collega’s. Terug op kantoor was het doodstil. Niemand zei wat. Iedereen was bezig om dit bezoek te verwerken.”

De nadruk van de tentoonstellingen ligt niet op het KGB-gebouw. Daarvan zijn er herinneringen genoeg. Natuurlijk is er een rondleiding langs de cellen, maar op verschillende verdiepingen kan de bezoeker kijken naar exposities over moderne kunst, voorwerpen van Letten die hun leven hebben veranderd, hoe kunstenaars leefden onder een bezetting en de relatie tussen de mens en een autoritaire staat.

Dat laatste kennen de Letten maar al te goed. Riga heeft er genoeg bewijzen van. De Vrijheidsboulevard droeg vorige eeuw namen die verwezen naar de buitenlandse overheersers: Alexandr, Hitler en Lenin, respectievelijk de Russische tsaar, de leider van nazi-Duitsland en de oprichter van de Sovjet-Unie. Het KGB-gebouw maakt onderdeel uit van het Bezettingsmuseum dat de Duitse en Russische bezetting behandelt. De Letten herdenken hun herwonnen onafhankelijkheid bij het 42 metershoge Vrijheidsmonument, waar bloemen liggen voor de mensen die zijn gedeporteerd naar Siberië.

Wrede tijden, maar de Sovjet-Unie zorgt anno 2014 ook voor vermaak. Het honingbier smaakt goed in bar Leningrad (Kaleju iela 54) in het middeleeuwse centrum van Riga. Tussen de kerken, monumentale panden en pleinen kijkt Lenin in de Kalejustraat vanachter een raam naar buiten. Binnen komt zijn gezicht terug op schilderijen of als borstbeeld. Omringd door bruine meubels, Sovjetradio’s en landschapschilderijen, die een huiskamersfeer oproepen. “De inrichting doet denken aan de flat van mijn oma”, zegt de barman. De naam van de bar verwijst naar Leningrad als culturele hoofdstad tijdens de Sovjet-Unie.

Daar houdt het Ruslandgevoel niet bij op. Aan de Russische taal valt niet te ontkomen op straat. In de kiosk liggen Russischtalige kranten naast de Letse en op het treinstation staan de aanwijzingen in het Lets en in het Russisch. Op de markt om de hoek van het station prijzen de koopmannen de vis, het vlees, de groenten aan in het Russisch. Russisch komt er niet aan te pas in Silkites un dillites (Haring en dille), een visbar in het vispaviljoen (Centraltirgus 3). Alles komt direct van de markt. In het Lets en Engels staan de visgerechten op de borden aangegeven, zoals de gefrituurde sprotjes, met aardappelen en gegrilde groenten. Met als bonus tijdens het eten uitzicht op de levendige markt en de Oezbeekse bakker.

Dat het Russisch doorklinkt tot in de markt is niet verwonderlijk. In Riga bestaat ruim 40 procent van de bevolking uit etnische Russen. Landelijk ligt dat op bijna 27 procent. Nadat Letland zich in 1991 losrukte van de Sovjet-Unie, zagen etnische Russen zich afgescheiden van Moskou als een kind van zijn moeder. Van de ene op de andere dag werden ze wakker in een ander land. Hun Russische gevoelens komen het meest naar boven op 9 mei, de dag van de Sovjetzege op nazi-Duitsland, als ze bijeenkomen bij het Overwinningsmonument in het Uzvaraspark. Net als het KGB-pand voor de Letten een herinnering aan de Sovjetbezetting.

Deze dag krijgt dit jaar een extra lading door de Russische annexatie van het schiereiland de Krim en de onrust in Oost-Oekraïne. Juist de aanwezigheid van de etnische Russen en de Sovjetbezetting maakt de Letten deze dagen angstig. Ze weten als geen ander hoe het is om te leven onder Russische heerschappij en vrezen dat hun land op de verlanglijst staat van de Russische president Vladimir Poetin.

De oorlogsretoriek klinkt niet door in Miera, een creatieve wijk op tien minuten lopen van het KGB-gebouw. Hier heersen de wetten van de hippe jongeren op hun racefietsen. Cafe’s, boetieks en antiquairs wisselen elkaar af. De houten huizen vormen de bekroning. De geur van chocolade komt van de hier gelegen chocoladefabriek Laima, een begrip in Letland. De bijbehorende winkel is een waar walhalla met potten chocolade en bakken vol snoep.

“Buitenlanders zeggen dat dit de hipste wijk is van de wereld”, zegt Liene Freimane in koffiebar Miera (Miera iela 9), waar het antieke meubilair overheerst. “We hadden een feest in dit gebouw en aan de overkant was er tegelijkertijd ook een feest. Alles kan hier.”

Met haar 26 jaar heeft ze de Sovjet-Unie grotendeels gemist. Ze kent de dramatische oorlogsverhalen van haar oma’s. Het Overwinningsmonument van de Russen mag weg, vindt ze. Alleen maar een herinnering aan de donkere tijden.

Een blok verderop in een voormalige bierbrouwerij gaat het al helemaal niet over het verleden. Jongeren scheppen op voor de brunch bij Piens (Melk), een café in huiskamerstijl (Aristida Briana iela 9). Voor 8,50 euro liggen op een tafel salades, sandwiches, vis, kip en quiches. In een Ikeakast staan de toetjes. “Dit was de eerste bar in deze wijk”, zegt Ivars (27), terwijl hij een vol bord voor zich heeft. “Daarna volgden er meer. We wilden iets anders dan de bars in het oude centrum met alleen maar toeristen.”

Het verleden is geweest, luidt zijn credo. Omkijken doet hij niet. Hij vindt het “oke” om gebouwen met een Sovjetverleden opnieuw te gebruiken. “Er is leven daarbinnen. Daar moet je wat mee doen.”

Dit artikel stond op 10 mei in Het Parool. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s