LHBT-propaganda is verboden, toch staat er in Rusland een biseksuele vrouw op het toneel

Rusland neemt een wet aan tegen homopropaganda, hamert op traditionele waarden en is trots op het Sovjetverleden. Toch profiteert een toneelstuk over een wilde biseksuele vrouw van subsidie, krijgen Sovjetdissidenten een tentoonstelling en is er een museum over Stalins strafkampen. Hoe zit dat?

Ze staat op tafel in een luchtige, rode jurk. Verrukt toont ze de voorkant van een erotisch tijdschrift waarin ze poseert. Irina, een jonge biseksuele vrouw afkomstig uit een Russisch dorp, doet er alles aan om bij de Moskouse elite te mogen horen. Ze rookt, drinkt het ene glas champagne na het andere en is een mannenverslindster. Ze raakt in verwachting van haar bejaarde geliefde mét aanzien, die sterft tijdens een wilde vrijpartij. Irina volgt haar eigen instinct en doet wat ze wil.

In de kleine zaal van het Gogolcentrum in Moskou luisteren deze woensdagavond ongeveer tachtig mensen naar de monologen van Irina. Het toneelstuk (18+), naar de roman Een Russische schoonheid van de Russische schrijver Viktor Jerofejev, speelt in de Sovjettijd en staat lijnrecht tegenover de traditionele normen en waarden van het huidige Rusland. Het Kremlin werpt zich graag op als de christelijk-conservatieve leider van de wereld, als tegenhanger van het liberale en decadente Westen met zijn homohuwelijk en euthanasie.

Maar wie denkt dat het Gogolcentrum een broeinest is van verzet tegen de overheid, heeft het mis. De directeur van het liberale Moskouse cultuurhuis wordt benoemd door de overheid en het centrum krijgt geld van Alfabank, die onder leiding staat van oligarchen met lijntjes naar het Kremlin. Het wapen van Moskou pronkt op de website, de theateragenda en flyers van het Gogolcentrum, dat ook films vertoont en discussies en lezingen organiseert. In 2013 verbood de Russische overheid er nog de vertoning van een film over punkrockband Pussy Riot.

En dit ‘territorium van vrijheid,’ zoals op de website staat geschreven, is niet de enige instelling waarvan je niet zou verwachten dat de Russische overheid haar steunt.

Afgelopen winter toonde het door de staat gesteunde Moskouse Museum voor Moderne Kunst het werk van Sovjetdissidenten, als onderdeel van een tentoonstelling over schrijfmachines. In het najaar van 2015 ging in de Russische hoofdstad het nieuwe Goelagmuseum over de repressie tijdens de Sovjet-Unie open, met verhalen en voorwerpen uit de werkkampen en de Grote Terreur, toen honderdduizenden burgers verdwenen in kampen of werden geëxecuteerd. Het oude museum was aan vervanging toe. De Moskouse gemeente financierde de renovatie van de nieuwe locatie.

Hoe kan het dat de Russische overheid kunst- en culturele projecten steunt die haaks lijken te staan op het gedachtegoed van het Kremlin? Ik stelde de vraag aan een kunstenaar, een onderminister en twee onderzoekers en kwam tot deze antwoorden.

Zwakke burgers

‘Wij snappen ook niet hoe die paradox precies werkt.’ Kunstenaar Sergej Prokofjev (32) zit in een rommelige keuken, onderdeel van een doolhof van ateliers in een Moskous pand. Prokovjev behoort tot de wereld van kunstenaars die openlijk kritiek uiten op de Russische overheid. De wereld van Pussy Riot en Pjotr Pavlenski.

Volgens Prokofjev probeert de regering met haar cultuurbeleid de regie over oppositiegroepen te houden. ‘De mens is hier in Rusland ondergeschikt aan de staat. Dat gaat al eeuwen zo. In 1861 kwam het lijfeigenschap ten einde, maar dat heeft niets veranderd. Er is geen vrijheid. De staat doet er alles aan om zijn positie te behouden. Daarvoor heb je zwakke burgers nodig, die zich niet ontwikkelen en geen vragen en eisen stellen. De staat verdeelt en heerst. Door zoiets als het Gogolcentrum op te zetten behoudt de overheid invloed.’

Toch uit deze regie zich minder sterk dan op andere vlakken: ‘Bij kunst en cultuur is de overheidscontrole geringer en is er meer ruimte voor verschillende kunstuitingen. Het Kremlin ziet dat minder als een bedreiging. Olie en gas, waar het grote geld zit, zijn de topprioriteiten. Daar zitten ze bovenop.’

Verleden

In het Moskouse Museum voor Moderne Kunst beleeft de typemachinetentoonstelling Tweehonderd slagen per minuut, typemachines en het twintigste-eeuwse bewustzijn de laatste dag. Bezoekers lopen in een zaal langs schrijfmachines die als relikwieën onder een stolp staan opgesteld, ooit eigendom van dissidente schrijvers en dichters als Aleksandr Solzjenitsyn en Iosif Brodski .

In andere ruimtes vind je de getypte gedichten van Brodski, Osip Mandelstam en Anna Achmatova, net als die andere scherpe critici van de Sovjetmachthebbers. De tentoonstelling draait om de spanning tussen recht en onrecht, legt hoofdonderzoeker Andrej Jegorov (31) van het museum uit.

Het gaat volgens hem om de strijd voor creatieve vrijheid, tegen de onderdrukkende staat, met de typemachine als retorisch wapen. En dan kun je niet om dissidente schrijvers heen. Jegorov: ‘Zij zijn een dramatisch fenomeen in onze culturele historie dat we moeten bestuderen en begrijpen, en waarvan we het publieke bewustzijn moeten vergroten.’

Jegorov denkt dat de overheid deze tentoonstelling en het nieuwe Goelagmuseum steunt om te laten zien dat Rusland de Sovjetmisstanden niet wegmoffelt, zoals critici soms roepen. ‘Moskou kan zeggen: we behandelen de verschillende aspecten van het Sovjetverleden. Positief en negatief, vreedzaam en gewelddadig, met inbegrip van de repressie.’ Een andere reden in zijn ogen: binnen de overheid bevinden zich waarschijnlijk conservatieve en liberale stromingen die ieder hun stempel willen drukken op het cultuurbeleid.

Rekenschap over het verleden is een wezenlijk onderdeel van het cultuurbeleid, blijkt ook uit de woorden van onderminister Vladimir Aristarchov (47). Ik spreek hem in een overlegkamer van het ministerie van Cultuur in Moskou. Hoe kan het, vraag ik hem, dat de overheid zich aan de ene kant op de borst klopt met de prestaties van het Sovjetrijk en tegelijkertijd toch open is over de ellende van de Sovjetrepressie? ‘We laten alle facetten zien. In de jaren negentig was alles van de Sovjet-Unie slecht en werd het goede vergeten. Dat is niet juist. We zijn trots op wat de Sovjet-Unie heeft bereikt: we hebben nazi-Duitsland verslagen, de eerste man in de ruimte gebracht. Maar we praten ook over de donkere pagina’s. Want als je je geschiedenis kent, herhaal je niet de fouten uit het verleden.’

Maatschappelijk evenwicht

Maar er is meer dan alleen openheid over het verleden: het cultuurbeleid moet ook de boel bij elkaar houden. Dat zegt althans Roeslan Chestanov, hoogleraar Geesteswetenschappen aan de Hogeschool voor Economie in Moskou. Zijn theorie: Rusland is een lappendeken van etnische groepen, talen, religies en sociale klassen. Om daarbinnen de eenheid te bewaren, geeft het Kremlin op cultureel gebied de vele verschillende groepen de ruimte. Dat is nodig om herhaling van de chaotische toestanden van de jaren negentig te voorkomen toen Rusland ten onder dreigde te gaan. Die nachtmerrie willen de Russen nooit meer. Chestanov (53): ‘Niemand wil een culturele oorlog. Dus is er op kunstgebied voor ieder wat wils. Onder het wakend oog van de overheid heeft elke groepering daarom eigen mogelijkheden.’

Jegorov van het Moskouse Museum voor Moderne Kunst ziet dit ook als de belangrijkste gedachte achter het cultuurbeleid. ‘Als iedereen zijn eigen speelruimte heeft, voorkom je dat er onvrede ontstaat en groeperingen zich benadeeld voelen.’ Daardoor ontstaat een gevarieerd aanbod van ideeën, invalshoeken en ideologische posities. ‘Op het eerste gezicht lijkt dat paradoxaal, maar voor een land met zo’n complexe samenleving is het moeilijk een ander scenario te bedenken waarin het evenwicht wordt gehandhaafd.’

Dat evenwicht moet het ministerie van Cultuur zien te vinden, mede uitgedragen door onderminister Aristarchov. Halverwege het gesprek toont hij een overheidsdocument: Fundamenten van het cultureel overheidsbeleid. Vol met teksten als: staatsprogramma’s op het gebied van kunst en cultuur zijn gericht op versterking van de eenheid van de Russische natie en op harmonie van de multi-etnische verhoudingen. Cultuur draait om het opvoeden van de burger. Cultuur kent een geweldig potentieel voor de versterking van de burgeridentiteit.

Christelijke waarden spelen daarin een centrale rol, voegt de onderminister eraan toe. ‘Het is belangrijk dat de volkeren niet tegenover elkaar komen te staan. Daarom willen we bestaande tradities behouden en staan we open voor nieuwe ontwikkelingen. Maar dat nieuwe mag niet het oude bedreigen.’

Waarom kan dan tussen die woorden over christelijke waarden en opvoeden van de burger wel een toneelstuk worden opgevoerd waarin seks een grote rol speelt, met een biseksuele vrouw in de hoofdrol? Nota bene met steun van de overheid, die in 2013 de anti-homopropagandawet invoerde? Aristarchov: ‘Als het gaat over het aantonen van de immoraliteit van de mens is dat geen probleem. Als het toneelstuk draait om de vrijheid van een vrouw, dan horen zulke thema’s bij het leven. Maar als het stuk homoseksualiteit propageert, overtreedt het de wet. Dat steunen we niet. Dat schendt de rechten van onze burger.’

Grenzen

Maar hoe groot is de invloed van de overheid op de culturele sector nou echt? Elke geïnterviewde beaamt: nu is er meer vrijheid dan tijdens de Sovjet-Unie. Maar het blijft lastig om in te schatten wat de overheid wel en niet toestaat, zegt kunstenaar Prokofjev in zijn atelier, waar hij werkt aan een kunstproject over de gevechten in Oost-Oekraïne tussen pro-Russische rebellen en het Oekraïense leger. Hij neemt het onverbloemd op voor die laatste, hoewel hij weet dat dat in Rusland gevoelig ligt. ‘Ik voel constant druk. Ik weet nooit of ik word aangehouden op het vliegveld.’

Onderminister Aristarchov stelt dat er geen sprake is van censuur. Toch zijn er grenzen. Die worden per wet aangegeven. In het beledigen van groepen mensen, zoals bij religie, kan hij zich niet vinden. Dat zet immers bevolkingsgroepen tegenover elkaar en bedreigt de vurig verlangde eenheid. Extremistische stromingen worden ook bestreden, zegt hij. En wat kunstenaar Pjotr Pavlenski deed, beschouwt Aristarchov niet als kunst, maar als hooliganisme.

Theoretisch kan de overheid ingrijpen, zegt Jegorov van het Moskouse Museum voor Moderne Kunst, maar hij heeft nooit druk of censuur ervaren. Zonder probleem toonde zijn museum kunst die kritisch reflecteert op de Russische rol in Oekraïne. Er kwam geen reactie van de overheid. Ook voor thema’s als homoseksualiteit is ruimte. ‘In Rusland zijn dit gevoelige onderwerpen,’ geeft hij toe, ‘maar het kan als de curatoren hier zorgzaam en respectvol mee omgaan.’

In het Gogolcentrum neemt Irina uit het toneelstuk Een Russische schoonheid het applaus in ontvangst. Juriste Lena Grinjoek (38) en interieurontwerpster Natalja Stepanjan (33) praten nog wat na. In het toneelstuk draait het niet om erotiek, vinden de twee. ‘Wat Irina laat zien, zijn de mogelijkheden die je hebt als mens,’ zegt Grinjoek. ‘Dat is vrijheid. Ik ben het niet altijd eens met president Vladimir Poetin, maar hij geeft de ruimte voor dit soort toneelstukken. Zodat we beseffen dat we niet terug moeten willen naar de Sovjettijd. Dat is de boodschap achter dit stuk.’

Dit artikel verscheen op 29 juli bij De Correspondent.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.