‘We herrijzen’

De Russische president Vladimir Poetin riep in januari Joden in Europa op te emigreren naar Rusland. Zo’n voorstel was in het verleden ondenkbaar. Onder de Russische staat kent de Joodse geschiedenis immers donkere periodes. Maar nu bloeit het Joodse leven in de Moskouse wijk Marina Rosjtsja. ‘Deze buurt is een fenomeen.’

Albert Davidov kijkt op van zijn tafel en werpt een blik op een gezin dat binnenkomt. Vader, moeder, zoon en dochter, wat onwennig rondkijkend, komen voor de humus en de in Moskou bekroonde falafel van Davidovs Pardes, de verzamelnaam van een koosjere supermarkt, eetcafé en melkbar. Een certificaat aan de muur naast foto’s van Tel Aviv vormt het bewijs van de keukenkwaliteiten. ‘Dagjesmensen als zij hoeven de wijk niet uit om in Moskou kennis te maken met de Joodse cultuur’, glimlacht de 25-jarige Davidov.

Die wijk is Marina Rosjtsja, een buurt gelegen ten noorden van het centrum van de Russische hoofdstad. Het is de eerste maandag van 2016 en de Russen genieten van hun traditionele nieuwjaarsvakantie. Pardes is gevuld met gasten die een bezoek hebben gebracht aan het tegenover gelegen Joods Museum en Tolerantiecentrum, gehuisvest in een voormalige busgarage uit 1927. De entree is deze dag gratis. Als ze hebben opgelet moeten ze hebben gezien dat tegenover het museum een Russisch-Israëlitisch medisch centrum en het liefdadigheidscentrum Sjaarej Tsedek zijn gevestigd. Wie vanuit Pardes links afslaat, loopt langs nog een koosjere supermarkt en passeert daarna de etalage van de Joodse uitgeverij Knizjniki (boekenliefhebbers) met boeken over de Joodse geschiedenis in Rusland, de Thora in het Russisch en werk van Russisch-Joodse schrijvers.

Fenomeen

Wie nog een paar keer links afslaat, komt uit bij het acht verdiepingen tellende Moskouse Joodse Gemeenschapscentrum met een synagoge, het koosjere restaurant Sjtetl, een theater, een kinderopvang en boekenwinkel Boekenwereld. Bij een kantoor op de tweede verdieping kun je je opgeven voor onder andere karate, dansen, fitness of autorijles. Op de gangen hangen posters van de Joodse zakenvereniging Solomon.

Alle genoemde gebouwen, op die van de uitgeverij na, zijn in de afgelopen vijftien jaar neergezet. Hiermee heeft Marina Rosjtsja zich ontpopt als dé Joodse wijk van Moskou. ‘Marina Rosjtsja is niet van het niveau van Brooklyn in New York, maar over vijf jaar moet het daar in de buurt van komen’, voorspelt de 25-jarige Davidov getooid met een licht getrimd baardje.

Zijn Pardes brak bij het publiek door na de falafelverkiezing door het Russische uitgaanstijdschrift Time Out in 2014. Davidov schat dat de helft van de bezoekers bestaat uit niet-joden. Vier jaar geleden richtten zijn vader en broer Pardes op, omdat in Marina Rosjtsja geen supermarkt zat met koosjere producten. Nu liggen de schappen vol met onder andere door Pardes gemaakte koosjere burgers, gefilte fisj en matzes. En het geheim van de bekroonde falafelballetjes? Dat komt van de Joodse kok uit Israël die Davidov toevallig een keer ontmoette. ‘Onze falafel en humus zijn zelfs beter dan die in Israël’, lacht hij trots.

‘Marina Rosjtsja is een fenomeen’, stelt de Joodse godsdienstexpert Joeri Tabak (60) in een koffiebar aan de andere kant van de stad. ‘Want nooit hadden we zoiets eerder in Moskou.’ De Russische hoofdstad kent andere buurten met een synagoge, maar in Marina Rosjtsja bevinden zich ook de Joodse instellingen en organisaties en worden activiteiten gehouden. Dit trekt Joden aan die hier een woning kopen of huren. In Marina Rosjtsja kunnen ouders makkelijk hun kinderen naar een Joodse school of zwembad sturen en zelf de synagoge bezoeken.

Tienderangsburgers

Marina Rosjtsja is altijd verbonden geweest met het Joodse leven, blijkt uit de woorden van de 43-jarige Boroech Gorin. Hij kan het als duizendpoot weten: hoofd public relations van de Federatie van Joodse Gemeenschappen van Rusland, voorzitter van het bestuur van het Joods Museum en Tolerantiecentrum, hoofdredacteur van het tijdschrift Lechaim en directeur van uitgeverij Knizjniki. Zijn kamer zit verstopt in een hoek van het lichtroze pand van de uitgeverij.

In vogelvlucht Gorins verhaal over de geschiedenis van Marina Rosjtsja. Tijdens tsaristisch Rusland woonden Joden vooral in steden als Odessa en Vilnius. Toen na de revolutie in 1917 een burgeroorlog uitbrak, waarbij de gebieden met arme orthodoxe Joden behoorden tot het slagveld, vluchtten zij naar Moskou. Ze vestigden zich in de dorpse buitenwijken als Marina Rosjtsja die hen deed denken aan de dorpen en steden waar ze vandaan kwamen en namen hun intrek in eenvoudige goedkope houten huizen. In 1926 stemde de atheïstische Sovjet-Unie in met de komst van een houten synagoge. Die brandde in de jaren negentig om onbekende redenen af, waarna werd begonnen met de bouw van het Moskouse Joodse Gemeenschapscentrum. Inmiddels hebben de houten huizen plaatsgemaakt voor grijze betonnen flats. Gorin – zijn korte haar contrasteert met zijn wollige baard – schat op basis van statistieken dat er nu drie tot vijfduizend Joden in Marina Rosjtsja wonen, een half miljoen in Moskou en ongeveer een miljoen in Rusland.

Een Joodse wijk als Marina Rosjtsja had in het verleden nooit kunnen bestaan. Want de Joodse geschiedenis in Rusland is gitzwart. Een rondgang door het Joods museum en Tolerantiecentrum maakt dat duidelijk. De bezoeker komt al snel oog in oog te staan met kaarten waarop rode en donkerrode vlammen de pogroms verspreid over West-Rusland aangeven.

Het is de tweede helft van de negentiende eeuw in tsaristisch Rusland. Het antisemitisme zit verweven in de samenleving. Mede gestuurd door de staat die bepaalt waar Joden mogen wonen. En dat is niet in Moskou. Ze worden gezien als zondebok voor economische problemen en worden tegengewerkt uit vrees voor economische concurrentie. De Russisch-orthodoxe Kerk geldt als staatsreligie. Met een andere godsdienst kun je niet behoren tot de Russische wereld. ‘Joden waren tienderangsburgers’, legt Tabak uit.

Vijand

Na de revolutie in 1917, die de communisten aan de macht brengt, lijkt de positie van de Joden aanvankelijk te verbeteren. Maar uiteindelijk komt daar weinig van terecht. Persoonlijke vrijheden worden onderdrukt. Iedere godsdienst wordt verboden. Sovjetleider Josef Stalin probeert het Joodse vraagstuk op te lossen door in Ruslands Verre Oosten eind jaren twintig, begin jaren dertig een thuisland voor hen te creëren: de Joodse Autonome Provincie Birobidzjan.

Russische Joden krijgen het nog moeilijker tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Sovjetleiding verzwijgt de holocaust, valt op te maken uit een tekst in het Joods museum. Artikelen over de Jodenvervolging worden gecensureerd. Het bewind wil niet de nadruk leggen op volkeren die extra hebben geleden tijdens de oorlog. Alle Sovjetburgers zijn slachtoffer. Het Rode Leger vecht tegen het fascisme en de soldaten hebben niet hun leven gegeven om Joden te redden. De holocaust zit de autoriteiten ook om een andere reden dwars. De betrokkenheid van collaborerende Oekraïners en Russen moest worden verbloemd.

Zo gaat het verder na de oorlog. Met name begin jaren vijftig onder Stalin, gebruikmakend van het antisemitisme onder de bevolking dat tijdens de nazi-bezetting tot uiting komt. Er volgt het dokterscomplot, een samenzweringstheorie waarin Joodse artsen plannen hadden Sovjetleiders te vermoorden. In de media verschijnen antisemitische berichten. Joodse doktoren worden ontslagen en gearresteerd. Stalin voert een anti-kosmopolitische campagne. Joden gelden als de vijfde colonne, een binnenlandse vijand, die het Sovjetbewind wil ondermijnen, met steun van het buitenland. Daarnaast krijgen Joden een ‘j’ in hun paspoort, hebben ze geen of beperkte toegang tot de universiteit en kunnen een functie als diplomaat vergeten. De Sovjet-Unie beschouwt Israël als een vijand. Om niet in de problemen te komen rest Joden niets anders dan te assimileren.

Zodra de afbrokkelende Sovjet-Unie haar grenzen opent, verlaten Joden het land. In het Joods museum wijzen dikke emigratiepijlen op kaarten naar de Verenigde Staten, Israël en Duitsland. In de periode 1989-2009 verlaten 1,5 miljoen Joden de voormalige Sovjetlanden. Het geloof in een veilig leven is nihil.

Vriendschap

Hoe anders is dat nu. Wie rondvraagt naar de drijvende krachten achter de ontwikkeling van Marina Rosjtsja, en daarmee ook naar de opleving van het Joodse leven in Rusland, stuit op twee namen: opperrabbijn in Rusland Berl Lazar en de Russische president Vladimir Poetin.

Om met de eerste te beginnen. Lazar is een man met een enorme ambitie, bewierookt Pardesdirecteur Davidov. Die in staat is om een heel systeem op te zetten. ‘Hij is van mening dat Joden zich moeten kunnen ontwikkelen. En hoe kun je dat het beste doen? Door hen met elkaar te verenigen. Door hen comfort te bieden, zoals in Marina Rosjtsja. Anders vormen we geen eenheid. We zijn met weinig, maar door samen te werken kunnen we elkaar versterken’, besluit Davidov.

Lazar is actief. Dat zit in zijn karakter, meent godsdienstexpert Tabak. Hij weet geld los te krijgen voor investeringen in de Joodse gemeenschap. De opperrabbijn, geboren in Italië, vertegenwoordigt de Loebavitsjbeweging, gaat de godsdienstexpert verder. ‘Dat is een groepering die zichzelf ziet als missionarissen. Veel leden zijn naar Rusland gekomen. Ze openen synagoges door het hele land, geven boeken uit, stichten liefdadigheidsinstellingen en geven Joods onderwijs.’

Het Joodse leven krijgt een extra stimulans door de vriendschap tussen Lazar en Poetin. Tabak somt nog twee redenen op, waarom de Russische president de Joodse gemeenschap omarmt. ‘Poetin is op religieus gebied erg progressief. Rusland is een multicultureel land. Om de eenheid en vrede te bewaren is het verstandig om goede contacten te onderhouden met religieuze leiders. Dat doet hij niet alleen met Joden, maar ook met moslims en de orthodoxe christenen. Zo wil hij een herhaling van het uiteenspatten van de Sovjet-Unie voorkomen. Daarnaast is Poetin in zijn directe omgeving beïnvloed door Joden. Zijn geliefde lerares Duits was Joods. Net als zijn judoleraar. Hij heeft er geen problemen mee om Joden op hoge posten te zetten.’

Staatsmedia

Poetin toont zijn band met de Joodse gemeenschap aan de buitenwereld. Hij feliciteerde het afgelopen jaar de Joden met Chanoeka en doneerde zijn maandsalaris aan de bouw van het Joods museum en tolerantiecentrum. Hij woonde vorig jaar in het Joods Museum en Tolerantiecentrum een ceremonie bij rond de zeventigste verjaardag van het vernietigingskamp Auschwitz. Poetin stelde in januari voor dat Joden kunnen emigreren naar Rusland, nadat Vjatsjeslav Kantor, de in Moskou geboren president van het Europese Joodse Congres, bij hem in het Kremlin had geklaagd over het toenemende antisemitisme in Europa.

Een Russische leider die zich in het openbaar uitspreekt voor Joden, dat is ongekend in Rusland. Sinds de val van de Sovjet-Unie in 1991 spelen de leiders van het land niet de antisemitische kaart. ‘Tijdens de Sovjet-Unie werd geselecteerd op basis van etniciteit’, verklaart Tabak. ‘Joden kregen daardoor nooit een hoge functie. De laatste Sovjetleider Michail Gorbatsjov en de Russische presidenten Boris Jeltsin en Poetin hebben dat losgelaten, omdat ze het land willen moderniseren. Onder andere Joden hebben kennis van het kapitalisme. Ze grijpen hun kans en worden zakenmensen. Nationaliteit is niet meer van belang.’

Poetin en zijn regering bepalen het beeld over Joden naar de buitenwereld. Dat wordt uitgedragen door de staatsmedia. De bevolking ziet dat de leider omgaat met Joden. Dan moet het dus wel goed zitten. Premier Dmitri Medvedev opende in de Oost-Russische stad Vladivostok in december een gerestaureerde synagoge. De pers was erbij. De president van de Joodse Federatie van Gemeenschappen van Rusland Aleksandr Boroda werd twaalf minuten geïnterviewd op de Russische televisie vanwege de opening van een Joods religieus-cultureel centrum buiten Moskou. Op het Plein van de Revolutie, in het centrum van de hoofdstad, vierden Joden Chanoeka. De televisie deed verslag. ‘Hallo Israël. Hallo Rusland’, zei een Russische man met zijn zoon tegenover de camera.

Omarmen de Russen na jaren van antisemitisme nu inderdaad hun Joden? Terug naar Marina Rosjtsja. Naar het Joods Museum en Tolerantiecentrum. Ze vormen een brug tussen de Joodse en Russische bevolking. Op innovatieve wijze krijgen de bezoekers inzicht in de tradities rond sjabbat, over het leven in een sjtetl en het gebed. In het Tolerantiecentrum kan op tablets antwoord worden gegeven op vragen over hoe tolerant je bent.

Hip

Het museum lokt buitenstaanders de wijk in. Ze proeven niet alleen van de humus en falafel bij Pardes, maar ontmoeten ook de Joodse cultuur en gebruiken in het Moskouse Joodse Gemeenschapscentrum. Bij de ingang staan buiten twee gewapende bewakers. Binnen moet de bezoeker door een detectiepoortje. Tassen worden gecontroleerd. Op de eerste verdieping houden orthodoxe Joden hun vrijdaggebed. Kinderen rennen rond op de gangen. Op de begane grond serveert restaurant Sjtetl een overdaad aan schalen met Georgische, Centraal-Aziatische en Russische vleesgerechten, taarten en salades. ‘Dat eten moet je echt proberen’, adviseert Anna Krasilnikova (30), medewerkster van boekenwinkel de Boekenwereld op de tweede etage.

‘Dit centrum is een huis voor Joden’, vervolgt ze achter de boeken in haar smetteloze witte blouse. ‘Maar iedereen is welkom. Ook niet-joden. In lijn van wat Lazar zegt. We hebben muziekconcerten waar niet-joden naar luisteren. Ze komen naar de boekenwinkel en willen meer weten over onze geschiedenis en cultuur. De tijd dat Joden hun achternamen moeten veranderen is voorbij. We herrijzen.’

Rabbijn David Karpov – pet, baard en een kam steekt uit de borstzak van zijn jasje – komt de boekenwinkel binnenvallen en informeert bij Krasilnikova naar de Thora. Ze vraagt aan hem waarom Joden nu een betere positie hebben dan tijdens de Sovjet-Unie. Lazar en Poetin verdienen credits, begint de 55-jarige Karpov, die rabbijn is van een synagoge in het noorden van Moskou. ‘We hebben veel Russische leiders gehad, maar Poetin is uniek. Wat hij en Lazar doen, is allemaal pr en het werkt uitstekend.’

Tegelijkertijd bespeurt hij een mentaliteitsverandering onder de bevolking. ‘De maatschappij is veranderd. Moderner geworden. Mensen voelen zich meer mens dan tijdens de Sovjetjaren. Er is meer respect naar elkaar. Meer tolerantie. Meer openheid. Meer solidariteit. We helpen elkaar.’

Tabak stelt dat het jodendom hip is. Humus en falafel staan niet alleen bij Pardes op het krijtbord, maar ook op de menukaart in Moskouse bars. Israël is een geliefd vakantieadres. Russen vereenzelvigen zich met het land. Het is heilige grond en net als Rusland vecht Israël tegen de radicale islam. Daarom vormt Israël geen vijand voor Russische nationalisten. Russische Joden zijn geëmigreerd naar Israël. Ze houden contact met de achtergebleven familieleden en er is culturele en economische samenwerking. ‘Joden in Rusland hebben weer een gezicht gekregen’, concludeert Tabak.

Dunne lijn

Het geeft de Joden in Marina Rosjtsja een warm gevoel. Rabbijn Karpov voelt zich in de Moskouse metro veiliger dan die in New York. Pardeseigenaar Davidov kan gerust met zijn keppeltje over straat lopen. Zijn vader, opgegroeid in een tijd van angst, twijfelde, maar verschijnt sinds drie jaar ook met een keppeltje in het openbaar. Krasilnikova van de boekenwinkel kent geen Joodse vrienden die bedreigd zijn, inclusief zijzelf.

Is er dan enkel geen spoor meer van antisemitisme onder de Russische bevolking? Joodse oligarchen als Michail Chodorkovski en Roman Abramovitsj hebben een slechte reputatie en dat straalt af op de Joodse bevolking. Zij hebben zich verrijkt en het land leeggeplunderd, vinden Russen.

Maar Tabak ziet de jodenhaat minder worden. ‘Xenofobie richt zich nu vooral op Kaukasiërs en Centraal-Aziaten. Alleen laagopgeleide Russen en orthodoxe christenen, zij zien Joden als de moordenaars van Jezus, moeten weinig van Joden hebben.’

Ondanks de positieve ontwikkelingen blijven de Russische Joden waakzaam. Ze kennen hun geschiedenis van vervolgingen. Niet alleen in Rusland. Veel hangt af van Poetin en zijn team, beseft Aleksandr Boroda, de president van de Joodse Federatie van Gemeenschappen van Rusland. Hij zei vorig jaar dat Poetin zorgt voor de veiligheid van Joden in Rusland en waarschuwde dat ‘de Joden in Rusland de gevaren moeten beseffen bij een mogelijke val van de regering-Poetin’.

Zowel Tabak als Gorin wijst naar de huidige actualiteit, waarin Oekraïners, Turken, het Westen en homo’s van de een op de andere dag door het Kremlin tot vijanden zijn verklaard. De Russische media versterken deze beeldvorming nog eens extra. ‘Het is een dunne lijn’, vertelt Gorin. ‘De verhoudingen kunnen opeens veranderen.’

Het gaat goed met de Joden in Rusland, concludeert hij. ‘In vergelijking met de Sovjetperiode heerst er nu vrijheid. Je mag je eigen cultuur kiezen. Er is geen conflict met de staat. Geen politieke druk. Dat zorgt voor een andere samenleving.’

Voorlopig, waarschuwt hij.

Dit artikel stond in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 12 februari.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.