Achter Poetins façade

Het olympische park bij de Winterspelen in het Russische Sotsji schittert. Precies zoals president Vladimir Poetin het wil. Maar wie verder kijkt, ziet een ander Rusland.

 ’s Avonds ziet het olympische park eruit als een futuristische kermis. De schaatshal verandert continu van kleur: rood, blauw, paars en weer terug naar rood. Het ronde ijshockeystadion lijkt op op een energiebol met paarse en rode stralen. Uit het blinkende Fisjtstadion, waar de openings- en sluitingsceremonie plaatsvinden, dreunen grommende geluiden door.

Het geeft de Olympische Winterspelen in het Russische Sotsji, die vrijdag beginnen, een gelikte indruk. Dat is precies wat president Vladimir Poetin wil laten zien aan de wereld. Zijn land kan wedijveren met andere grootmachten en alles verloopt er voorspoedig. Aan geld ontbrak het niet: de geschatte kosten bedragen 37 miljard euro.

 De eerste drie dagen hier maken een vrijwel smetteloze indruk. De eeuwige plaag van files in Sotsji is uit de wereld. Scholen hebben vrij om de filedruk te verlichten. De marsjroetka’s, taxibusjes, die kriskras door de straten reden, staan aan de kant. Samen met de normale bussen, die stinkende wolken van uitlaatgassen achterlieten, zijn ze vervangen door nieuwe bussen die op het oog geen dampen verspreiden. Ze rijden af en aan. De bushaltes worden in het Russisch en Engels omgeroepen. Zelfs in de hoofdstad Moskou dringt de Engelse taal nauwelijks door.

 Van echte bouwactiviteiten is geen sprake meer. Sotsji en omgeving waren zeven jaar een grote bouwput, omdat het gebied geen moderne hotels, sportaccommodaties en infrastructuur had. Alles staat er inmiddels, maar geen spoor meer van vrachtwagens, graafmachines en bouwvakkers. Deze laatsten, zeventigduizend arbeiders uit Centraal-Azië en de Kaukasus, zijn verdwenen. Alsof ze nooit in Sotsji hebben rondgelopen. Vorige maand hebben ze het gebied verlaten. Het verklaart wellicht dat niet alle mediahotels zijn voltooid.

 Het is nu aan de Russen. Ze zijn behulpzaam, lachen en tonen zich van hun vriendelijkste kant. Op het wegdek wordt nog een pijl geschilderd. Vrouwen planten bloemen. De Russische autoriteiten hebben de opdracht gegeven om zwerfhonden, standaard deel uitmakend van het Russische straatleven, af te maken. Agenten patrouilleren ontspannen over straat.

 Maar Rusland is een meester in de misleiding. Op het eerste gezicht ziet het er goed uit, zeker als de leider langskomt, maar daarachter stinkt het. Daar is zelfs een woord voor: een Potjomkindorp. Vernoemd naar een Russische prins die vooraf aan het bezoek van tsarina Catharina II façades, gevels, liet bouwen, om te verbloemen wat erachter is te zien.

 Zo ook in Sotsji. Op de weg naar het dorp Vesoloje, vanaf het park tien minuten met de bus, staan twee meter hoge bruine hekken langs de huizen. Aangelegd door de overheid. Niemand kan zien wat zich daarachter afspeelt. Zulke hekken staan ook langs een aantal flatgebouwen in Vesoloje. Achter de schutting ligt bouwpuin. De flats zijn niet af. Ze waren bedoeld voor de olympische vrijwilligers, zeggen dorpsbewoners, maar staan nu leeg.

 Vesoloje is een grensdorp. Wie doorloopt komt in Abchazië, de afvallige Georgische regio, waar sinds de jaren negentig twee oorlogen hebben gewoed. Door het dorp loopt een lange straat met schoenenwinkels, meubelzaken en prodoekti, minisupermarkten.

 De dertigjarige Anna Melikjan is eigenaresse van een prodoekti. Ze verkoopt eenvoudige producten als eieren, noedels en kolbasa, worst. Het licht is schamel. ,,Alle elektriciteit gaat naar de Spelen. Thuis heb ik geen elektriciteit.” Drie vitrines zijn leeg. Net als de schappen voor het ijs. Producten die koel moeten blijven, staan niet uitgestald. ,,Het ziet eruit als in de jaren negentig toen na de val van de Sovjet-Unie niets was te verkrijgen.”

 Ze verwacht elk moment haar winkel te moeten sluiten. Andere winkels in de straat hebben dat al gedaan. ,,Vorige maand kwam de geheime dienst en die zei dat mijn winkel dichtgaat. We verwachten ze vandaag of morgen. Ze zeggen dat het een maatregel tegen terrorisme is, maar ze willen niet dat buitenlanders zulke winkels zien. Maar alleen mooie supermarkten vol met producten. Het geldt alleen tijdens de Spelen. Daarna kunnen we weer open.”

De Russen houden meer achter, zegt ze. ,,Het dak van de bobsleebaan is ingestort. Er vielen doden toen in de haven een storm woedde. Niemand mag hierover berichten. Ik weet dit want mijn vader werkt bij het minister van Noodsituaties. Alles is erop gericht om buitenlanders te imponeren. De ene helft trapt erin, de andere niet.”

In Vesoloje zijn de zwerfhonden niet verdwenen. Ze liggen op de grond bij een bushalte. Een roedel blaft in een zijstraat als je te dichtbij komt. Twee zwerfhonden bedrijven er de liefde. Het stinkt er naar riool. Afval ligt op de grond, zoals op andere plekken in Rusland. Waar net als hier de wegen bestaan uit gaten. Roestige hekken omringen bouwvallige huizen.

 Ljoebov Vladimirovna (74) kuiert wat rond. ,,Al het geld gaat naar de Spelen, maar wij hebben niets. Zelfs geen eigen gas. Ik moet zelf gasflessen kopen. Poetin komt hier niet. Hij gaat skiën in de bergen en is weer weg. Of ik blij ben met de Spelen? Wat heeft het mij opgeleverd?”, kaatst ze terug voordat ze haar huis binnengaat. ,,Kijk maar om je heen. Niets.”

Dit artikel verscheen op 5 februari in Sp!ts. Een ingekorte versie verscheen in De Standaard van 6 februari.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s