‘In rijtje lezen-schrijven-rekenen hoort programmeren’

Estland loopt voorop met zijn e-samenleving. Kinderen van zeven jaar leren er
programmeren en op elke veerboot is er gratis wifi. ‘De Estlanders zijn gewend aan deze manier van leven.’

Je kunt er niet jong genoeg mee beginnen, luidt de gedachte in Estland. Het klaslokaal voor handenarbeid op de Reaalschool in de hoofdstad Tallinn oogt ouderwets, met stoffige houten werkbanken, versleten stoelen en figuurzagen aan de muur. Maar op deze school heeft de moderne technologie, te gebruiken door kinderen vanaf acht jaar, een grote vlucht genomen.

Zo staan er in de klas twee computers en een plasmascherm. Daar blijft het niet bij, zegt leraar technologie Ahti Pent (34) in de lunchpauze. Elk kind heeft tijdens de handenarbeidles een laptop van de school. Zijn leerlingen werken met computergestuurde draaibanken en robots.

Estland onderwijst zijn kinderen met moderne technologie. Het Baltische land begon in 1997 een campagne om ICT in de lessen door te voeren. Interactieve schoolborden en digitale datarecorders maakten hun entree. En nu zijn er proeven waarbij kinderen van zeven jaar leren programmeren. De Reaalschool gebruikt sinds twee jaar de iPad in de les.

Het opzet is allerminst dat Estland alleen computernerds voortbrengt. Technologie past in het rijtje lezen, schrijven en rekenen, want allemaal onmisbaar in het dagelijkse leven. Kinderen hoeven niet volledig te kunnen programmeren, maar ze moeten de basis kennen’, legt Pent uit. ‘Het is een van de vaardigheden die je nodig hebt in de moderne samenleving.’

Het gaat om het grote plaatje, herhaalt Pent enkele keren. Estland richt zich volledig op de digitalisering van de maatschappij, de e-samenleving. Estland moest na de val van de Sovjet-Unie in 1991 op eigen benen staan. Met 1,3 miljoen inwoners kan het land niet opboksen tegen grote jongens als de VS, China en Duitsland. Maar wie niet sterk is, moet slim zijn, dus moet de moderne technologie dit gat compenseren. Het eigen voordeel wordt handig uitgebuit. Een klein, jong en gretig land, dat vanaf nul begint. Niet geremd door vaste structuren die moeilijk in beweging komen.

De gevolgen zijn zichtbaar. Wandelend over een plein en in een park in Tallinn heb je gratis draadloos internet. Cafés, restaurants en hotels leveren zonder drempels gratis wifi. Even internetten op een veerboot naar een Ests eiland, geen probleem. Skype, het programma om gratis te bellen via internet, is deels een Estse uitvinding. Op het vliegveld van Tallinn kun je voor drie euro per dag een tablet huren.

Met als klapstuk van het e-walhalla: vrijwel alle burgers lopen rond met een elektronische identiteitskaart. Die werkt als een sleutel. Via een persoonlijke code, chip en een kaartlezer kun je de kaart gebruiken voor het ophalen van medicijnen, zonder dat je eerst naar de dokter moet. Met de kaart kun je een elektronische handtekening zetten en elektronisch stemmen. Scheelt allemaal tijd.

Zo’n maatschappij maakt Estland tot een aantrekkelijk doelwit voor hackers. Het land was in 2007 slachtoffer van een grootscheepse cyberaanval. Banken, ministeries en media lagen onder vuur. Als antwoord zette de Navo een cyberdefensiecentrum op in Estland.

De lessen van toen zijn opgepikt, zegt Mari Pedak (56) van e-Governance Academy, een organisatie in Tallinn die de overheid adviseert over de e-maatschappij. Bedrijven en de autoriteiten werken samen, want ze snappen dat bescherming nodig is.

Pedak, die de volgende dag vertrekt naar Armenië om haar e-kennis over te brengen, houdt zich bezig met de ontwikkeling van de id-kaart. De kwetsbaarheid valt mee, sust ze in haar werkkamer. ‘Je moet het vergelijken met de wereld van papier. Toen zag niemand wie de mogelijkheid had om jouw dossier in te zien. Daar was geen controle over. In de digitale wereld kan dat wel. Als artsen en de politie je persoonlijke data bekijken, kun je dat zien. Er zijn al rechtszaken geweest over misbruik.’

Mihkel Kohava (18) laat zijn klasgenoten in de Reaalschool even alleen. Terwijl zij met een pen in de hand over papier zitten gebogen, vertelt Kohava op de gang over de gemakken van een e-samenleving. ‘Ik bespaar vooral tijd. Ik hoef niet meer te rennen van de ene plek naar de andere. Ik regel het met de computer. Zo hou ik tijd over voor mijn vrienden, sport en school. De Estlanders zijn gewend aan deze manier van leven.’

Dit artikel stond op 8 oktober in De Standaard.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s